Mentaal Welzijn

Altijd ja zeggen maakt je eenzamer, niet populairder

· 5 min leestijd

Je kent het wel: een collega vraagt of je dat ene project toch nog erbij wilt doen, een vriendin wil voor de derde keer deze maand bij je uithuilen, je schoonmoeder rekent erop dat je weer meehelpt met de verjaardag. Je zegt ja, terwijl je vanbinnen al voelt dat het te veel wordt. De aanname is bijna altijd dezelfde: als ik nee zeg, raak ik mensen kwijt. Precies het omgekeerde lijkt waar te zijn.

Uit de laatste CBS-cijfers blijkt dat ongeveer 1 op de 10 Nederlanders zich sterk eenzaam voelt, een percentage dat al vijf jaar vrijwel stabiel is. Opvallend: het zijn niet de mensen die vaak grenzen aangeven die het zwaarst scoren, maar juist groepen die weinig grip hebben op hun sociale leven, zoals mensen met een uitkering of een zwak sociaal netwerk. Grenzen stellen zorgt dus niet voor eenzaamheid. Het gebrek aan controle over je eigen tijd en energie doet dat wel.

Waarom nee zeggen zo moeilijk voelt

De meeste mensen die slecht grenzen stellen, zijn niet zwak of overdreven aardig. Ze zijn bang voor het ongemak van het moment zelf. Een nee aan je baas, je moeder of je beste vriend voelt als een afwijzing, terwijl het in werkelijkheid alleen een grens is op een specifiek verzoek. Dat onderscheid raken mensen voortdurend kwijt: ze verwarren "ik kan dit nu niet" met "ik geef niet om jou".

Daar komt bij dat je brein kortetermijnongemak altijd zwaarder weegt dan een voordeel op lange termijn. Nee zeggen voelt nu vervelend aan, terwijl de opluchting en de rust pas later komen. Daardoor kiest bijna iedereen onbewust voor de weg van de minste weerstand: toch maar ja zeggen. Hetzelfde patroon zie je terug bij doomscrollen, waarbij je brein ook steeds het directe prikkeltje verkiest boven wat je op de lange termijn beter zou doen.

Grenzen stellen is geen egoïsme

Veel mensen hebben het idee dat grenzen stellen betekent dat je anderen op afstand houdt. In de praktijk werkt het precies andersom. Mensen die structureel over hun eigen grenzen heen gaan, bouwen op een gegeven moment stille wrok op tegenover de mensen om hen heen. Je helpt wel, maar met tegenzin. Je bent er wel, maar afgeleid en moe. Dat voelt de ander meestal wel aan, ook als je het zelf probeert te verbergen.

Relaties waarin beide partijen hun grenzen durven aangeven, blijken juist stabieler. Je weet van elkaar waar je aan toe bent, en wat iemand aanbiedt is ook echt gemeend, niet uit plichtsgevoel. Het RIVM omschrijft mentale gezondheid onder meer als de manier waarop je je verhoudt tot anderen en hoe je omgaat met uitdagingen in het dagelijks leven. Grenzen zijn daar een direct onderdeel van: zonder ze verlies je grip op die relatie tot jezelf.

Vier soorten grenzen die je waarschijnlijk mist

Grenzen zijn breder dan alleen "nee" zeggen tegen extra werk. Psychologen onderscheiden grofweg vier gebieden waar mensen ze het vaakst vergeten te stellen.

  • Tijdgrenzen. Altijd bereikbaar zijn via WhatsApp, ook ‘s avonds voor werk. Een duidelijke grens: na 19.00 uur reageer je niet meer op werkberichten.
  • Energiegrenzen. Sociale afspraken blijven aannemen terwijl je uitgeput bent. Soms is "ik kom liever een andere keer" de gezondste keuze.
  • Emotionele grenzen. Steeds de rol van onbetaalde therapeut aannemen voor een vriend of familielid. Meeleven mag, de volledige verantwoordelijkheid voor iemands gemoedstoestand dragen niet.
  • Fysieke grenzen. Toestaan dat iemand ongevraagd aan je spullen, je lichaam of je ruimte komt, puur om geen gedoe te veroorzaken.

Herken je jezelf in twee of meer van deze categorieën, dan is dat een signaal dat je grenzen op meerdere vlakken tegelijk onder druk staan, niet op één geïsoleerd gebied.

Hoe je nee zegt zonder dagenlang schuldgevoel

De truc zit niet in harder nee zeggen, maar in anders nee zeggen. Een paar bruikbare vormen:

  • "Ik kan dit nu niet oppakken, maar wil het volgende week wel bekijken." Je wijst het verzoek niet volledig af, je verplaatst het.
  • "Dit past niet in mijn week, lukt het via iemand anders?" Je houdt de verantwoordelijkheid bij de vraagsteller.
  • "Ik hou ervan om te helpen, maar deze keer heb ik de ruimte niet." Je bevestigt de relatie en de grens in één zin.

Oefen dit eerst bij kleine, laagrisico verzoeken: een extra klusje, een verzoek om een keer later langs te komen. Zodra dat normaal aanvoelt, wordt nee zeggen bij grotere verzoeken vanzelf makkelijker. Een vast moment om bij jezelf te checken wat je eigenlijk wilt, werkt daarbij net zo goed als een vast piekermoment tegen rondzeulende gedachten: door het bewust een plek te geven, hoeft het niet de rest van de dag op de achtergrond te blijven knagen.

Grenzen versterken je sociale leven, ze breken het niet af

Mensen die hun grenzen bewaken, blijken op de lange termijn vaak hechtere en eerlijkere relaties te hebben dan mensen die altijd overal ja op zeggen. Dat komt simpelweg doordat ze meer energie overhouden voor de verbindingen die ze echt waarderen. Sociale verbindingen werken namelijk alleen beschermend voor je mentale welzijn als ze van twee kanten komen, niet als jij voortdurend de enige bent die geeft.

Begin dit niet met je lastigste relatie. Kies iets kleins: een werkverzoek dat eigenlijk buiten je functie valt, of een avond waarop je liever vroeg naar bed gaat dan nog een keer aan te schuiven. Schrijf je gevoel daarna op, zoals je ook zou doen bij journaling: merk je opluchting, of toch nog schuldgevoel? Die informatie helpt je om de volgende grens net iets makkelijker te stellen.

Dit is wat je deze week anders doet

Pak één terugkerend verzoek waar je eigenlijk altijd met tegenzin op ja zegt. Bedenk vooraf één van de drie nee-zinnen uit dit artikel en gebruik die de volgende keer dat het verzoek langskomt. Je zult merken dat de relatie niet instort. Meestal gebeurt er helemaal niets dramatisch, behalve dat jij een stuk minder moe aan het einde van de dag bent.

T
Geschreven door Twan Hermans Fitness redacteur

Twan is sportfysiotherapeut die dagelijks ziet wat er gebeurt als mensen te hard trainen, te weinig rusten of het verkeerde advies opvolgen van het internet. Hij schrijft over fitness en preventie vanuit de frontlinie van de gezondheidszorg, niet vanuit een comfortabele bureaustoel. Zijn artikelen over blessurepreventie zijn gebaseerd op honderden patiëntencasus, en zijn trainingsadvies is zo degelijk dat zelfs zijn collega-fysiotherapeuten het aan hun patiënten doorsturen. Hij vindt dat de beste training degene is die je over tien jaar nog kunt doen.